Ok

By continuing your visit to this site, you accept the use of cookies. These ensure the smooth running of our services. Learn more.

13/08/2007

Dodentocht

Eerst en vooral: proficiat aan iedereen: de deelnemers, de volgers (fiets/auto), de supporters, de logistieke mensen en de sponsors.

Op dit moment ben ik mijn wonden wat aan het likken.

2 Blaren, een ontsteking aan de kruisband van de knie en vooral problemen met de bloeddruk maakten dat ik het de rest van het weekend rustig aan heb moeten doen.

Zonder een meter getraind te hebben, maar vol goede moed, stonden Wouter en ik te wachten om 18u tot de scanning aan de start zou opengaan. Nog drie uurtjes wachten en we konden van start gaan. Wat babbelen, stretchen en vooruitblikken.

Na de wijze raad van minister Peeters (ingefluisterd door een 35-malige DDT-veteraan) om bij blaren gewoon door te bijten en dezelfde houding aan te houden, konden we van start gaan, achter een cordon van brandweerlui.

De talrijk opgekomen massa toeschouwers stuwde de wandelaars en lopers vooruit.

We hadden vooraf een schema uitgetekend, dat ons tot in Londerzeel (45,63 km) aan een gemiddelde van 10km/u moest helpen. Voor de resterende kilometers bestonden een viertal schema's: constante snelheden van 7, 6 en 5km/u, en een degressief schema.

Nadat we onze fietsers (Karen & Nancy) hadden opgepikt aan de kerk in Branst (+/- 4 km) draaiden we de gashendel verder open. Na de eerste bevoorrading in De Weert volgde er een sanitaire stop, waarna we de weg vervolgden richting Bornem, langsheen de fietspaden langs de Schelde. Louis Neefs is plots nabij.

Naarmate we Bornem naderen neemt ook de mensenmassa toe. Onze snelheid, tot dan toe rond de 12km/u, schiet de hoogte in door het gejuich, tot 15km/u. We weten dat we het ons nog gaan beklagen, maar de drive is enorm.

De nacht valt alsmaar meer wanneer we naar Reddam lopen. We snijden de N16 en komen aan in de eerste controlepost: Friesland Drinks, beter gekend als 'de Nutricia'. We hebben 1u22 gelopen over iets meer dan 16km. Sneller dan verwacht, maar zo bouwen we wat reserve op.

Via Wintam (23,81 km) zetten we koers naar Ruisbroek, waar zich de volgende controlepost bevindt: 29,77 km in 2u38. Het tempo is onderhand iets gezakt, maar we halen toch nog gemiddeld 11,2 km/u.

Vanuit Ruisbroek volgt de langste passage zonder controlepost, maar voor de meesten wacht dan de bekroning: brouwerij Duvel in Breendonk, na bijna 39km. Voor velen zijn de 10 kilometer eenzaamheid er teveel aan, maar alleen al de gedachte aan een heerlijk schuimende Duvel doet mensen volharden in de boosheid.

Bij mij slaan ondertussen de eerste (been-)krampen toe. De vermoeidheid van de laatste weken, in combinatie met het schromelijk gebrek aan fysieke voorbereiding begint zijn tol te eisen. Ik druk Wouter op het hart dat hij zijn eigen kansen moet gaan. Zijn tempo laten zakken zou dodelijk zijn voor zijn ritme, en ik kan het mijne niet opdrijven.

Onze 2 begeleidsters volgen hem, terwijl Gunter, die ons tussen Ruisbroek en breendonk vergzeld heeft, bij mij blijft. Die merkt dadelijk even voor Breendonk een CTG-vlag op. een glimlach speelt om mijn lippen, en ik verbijt de pijn.

Later hoor ik dat op dat moment niemand nog in mijn kansen geloofd. Ik moet er blijkbaar niet te best uitgezien hebben.

Met het mes tussen de tanden haal ik echter de brouwerij (39km in 3u40), en vervolg mijn weg naar thuisbasis Londerzeel. De snelle looptred is sinds dan al wel verdwenen voor een krampachtige hinkpas, waardoor ik terug voorbijgestoken wordt door Wouter, die in Breendonk behandeld werd voor schuurwondjes. Behandelen staat echter niet in m'n woordenboek: een flinke dosis Vaseline op tepels, onder de oksels en in de liesstreek moeten de schurende pijn wat verzachten.

Halfweg tussen Breendonk en Londerzeel volgt de eerste klap: acute krampen, en 2 minuten stretchen. Bye bye mooi gemiddelde.

In Londerzeel wacht echter een massa volk op me: familie en schoonfamilie, vrienden, ploeggenoten en buren staan me op te wachten, maar vooral: mijn vrouwtje, dat me vanaf daar verder zal vergezellen.
In de plaatselijke technische school (45,63 km) kom ik aan na 4u34. Het schema was dus redelijk accuraat.
De frisse isotone dranken beginnen echter hun tol te eisen, en het zijn niet alleen meer de spieren die krampen te verduren krijgen: alweer een sanitaire tussenstop.

Vlak na de doorstart kreeg ik het mentaal heel moeilijk: een hardnekkige pijn in de quadriceps ging maar niet weg, en de verlokking van een heerlijk warm bedje op slechts enkele honderden meters afstand deed me bijna opgeven. Het was Godelieve die me overhaalde, zo niet verplichtte, door te gaan.

Als kenner van de streek besefte ik al voor de start dat vanaf Londerzeel de begaanbaarheid van en zichtbaarheid op de wegen sterk achteruit zou gaan. Mijn vrees werd waarheid: in een poging het parcours zoveel mogelijk autovrij te houden stuurde de organisatie ons langs landweggetjes allerhande. Geen sinecure na de zondvloed van de laatste dagen. Een zaklamp en droge sokken kwamen zeker van pas.

Even voor Steenhuffel was er dan het 'point of no return': het magische bord van de 50km. Het besef dat elke pas die je nog moest zetten je dichter bij de eindmeet zou brengen. Spijtig genoeg ook het besef dat je nog maar in de helft zit...

Na 53,34 km doemde de brouwerij van De Palm op in Steenhuffel, een afstand die ik aflegde in 5u47. Het tempo daalde dus, maar nog mooi volgens schema.

Via Steenhuffel ging het langs kronkelbaantjes naar Mechtem, zowat het verst gelegen van startpunt Bornem.
In de sporthal hadden we 60,86 km achter de kiezen, in een tijd van 6u56.
Mijn vader, die ondertussen van controlepost naar controlepost racete, hiled ons op de hoogte van de gebeuretenissen bij Wouter.

De koude begon neer te dalen, en ik trok snel nog een warme thermische vest aan, alvorens we koers zetten naar de sporthal van Buggenhout. Via SMS en volgers kwam ik te weten dat Wouter zowat 45 minuten voor mij lag. We beslisten er geen wedstrijd van te maken, maar elkaar te steunen waar we konden.

Dat deden we trouwens met alle deelnemers die niet het geluk hadden te beschikken over volgers per fiets/auto: voorraden drank en eten werden gedeeld, het karma stond goed :-)

Op weg naar Buggenhout, iets voorbij Buggenhout Bos, zagen we het eerste slachtoffer van de helse tocht: een vroegere ploeggenoot, knie volledig naar de vaantjes gelopen. Dankzij de GSM was er snel hulp ter plaatste. (Wonder boven wonder heeft hij de eindmeet zelfs nog gehaald, weliswaar in een brace).

De sporthal (na 68,81 km) lonkte, en na 8u11 was de laatste lange passage achter de rug. Na Buggenhout volgen de controleposten elkaar sneller op. De totale nog af te leggen afstand blijft gelijk, maar het lijkt hierdoor minder zwaar, omdat je meer richtpunten hebt.

Op weg van Buggenhout naar Opdorp begon de zon langzaam op te komen, en was het voor mij zo goed als gedaan met lopen (of wat daarvoor nog doorging). In Opdorp (72,89 km) maakte ik de fout me even wat rust te gunnen op een stoel. Slecht idee: bij het rechtkomen ontdekte ik spieren en pezen waarvan ik het bestaan voorheen nog niet had vermoed.

Na Opdorp volgde de verschrikking: een mini-Parijs-Roubaix: anderhalve kilometer kasseistenen, een foltering voor de gehavende voeten, spieren en gewrichten. Op weg naar Lippelo passeerden we echter het bord van de 75km, wat dan weer verse moed bracht.

In Puurs (82,24 km in 10u36) begon de voorzijde van mijn schoen rood te kleuren (ik had de 'goede' raad van voor de wedstrijd opgevolgd), en werd de knagende pijn in mijn knie alsmaar heviger. Reflex-spray is mijn vriend, maar vaak een slechte raadgever :-)

De korte spurt naar Oppuurs (85,59km) kon ik nog traag lopend afleggen, maar bij de doorstart naar Sint-Amands was de snelheid volledig verdwenen, en bood lopen geen snelheidsvoordeel meer.
In de lokale sporthal van Sint-Amands (90,64 km in 12u10) hapte ik snel nog enkele speculaasjes naar binnen, want de laatste 10 kilometer stonden voor de boeg.

Vanaf dan begon de geest rare spelletjes te spelen, en leek het soms of ik aan het slaapwandelen was. De passage langs, alweer, de Schelde leek eindeloos te duren, en de talrijke fietstoeristen/-terroristen (schrappen wat niet past) die hevig gesticulerend gebaarden dat ik uit de weg moest zwalpen hielpen mijn humeur er niet op vooruit.

Met nog iets meer dan 5 kilometer voor de boeg bereikte ik de taverne van Zates in Branst. De loopplank die van de dijk naar het terras liep, was er al bijna teveel aan, laat staan het besef dat er nog eens 5 kilometer voor de boeg stonden.

Onder aanmoedigingen van m'n begeleiders, en na veelvuldige telefoontjes met Karen over/met Wouter (die er onderhand volledig doorzat, en veel van zijn voorsprong aan het kwijtspelen was), waarbij we onszelf nog wat moed inspraken, sleepte ik me verder richting Bornem. Zelden heb ik zo weinig geloof gehecht aan de landmeter-capaciteiten van de organisatie: de borden die de laatste 5 kilometer aanduidden, leken wel 10 kilometer uit elkaar te staan.
Ik kon al een tijdje mijn rechterknie niet meer plooien, wat voor de voorbijgangers niet zo'n aangenaam zicht geweest moet zijn. De bemoedigende woorden van de passanten in betere conditie dan ikzelf ("Komaan, volhouden"), hielpen ook niet echt.
Op anderhalve kilometer van de meet kreeg ik het verlossende telefoontje dat Wouter was gearriveerd, wat de eerste tranen teweegbracht.

Ik zette het prompt op een (poging tot) lopen, en wist dit zowaar vol te houden tot aan de finish, waar een frisse ananas op me wachtte. Van een anti-climax gesproken.

Vergezeld van familie en vrienden wisselden we felicitaties uit. Ik besloot nog snel even mijn blaren en knie te laten behandelen bij het Rode Kruis, terwijl familie en vrienden al huiswaarts keerden. Ook voor hen was het een lange en vermoeiende nacht.

De lieftallige dame van het Rode kruis bracht me een voetbadje, maar ik voelde me week worden, en 2 uurtjes later werd ik wakker op een brancard, gekoppeld aan een hartmonitor: bloeddruk veel te laag. oorzaak: chronische oververmoeidheid, al voor de start van de wedstrijd, en te weinig suikers en vetten opgenomen tijdens de wedstrijd.

Nadat ik de dokter beloofd had de rest van het weekend te rusten mocht ik eindelijk naar huis, om te kunnen genieten van mijn prestatie.

Uiteindelijk vervolmaakte ik de 100 kilometer in 14u01, met een gemiddelde snelheid van 7,1 km/u.

We hebben ons voorgenomen om volgend jaar
- te trainen
- meer te eten en te drinken tijdens de wedstrijd
- uitgeslapen aan de start te komen.

Spijtig genoeg heb ik tijdens de wedstrijd niemand gezien van CTG (op die ene vlag na), en ook amper iemand van Tumbador (op één post na, in de buurt van Wintam).
Ik zal de volgende keer iets trager moeten lopen :-)

Hopelijk kan ik dan weer rekenen op een team van zulke uitstekende begeleiders: van Branst tot Breendonk: Karen & Nancy, van Breendonk tot aan de finish: Gunny, van Londerzeel tot aan de finish: mijn vrouwtje, van in Breendonk, op zowat alle posten: mijn vader, en een hele hoop mensen op tal van plaatsen: Simonne, Katleen, Heidi, Fons, Bob, Aline, Nathalie, Sofie, en al diegenen die ik moest vergeten zijn, of die op om het even welke manier een hart onder de riem gestoken hebben! Thanks!!!

14:50 Gepost in Varia | Permalink | Commentaren (1)

Commentaren

Goed gedaan!!

Proficiat!

G.

Gepost door: Chino | 20/08/2007

De commentaren zijn gesloten.